Navigatie overslaan

Architectuur

Barts kijk

Architectuur

“Ik wil dat mensen ‘oeh’ en ‘aaah’ roepen; dat ze geraakt worden”

Bij VOS houden we ons bezig met architectuur, interieurarchitectuur en meubelarchitectuur. Als we het over onze ‘visie op architectuur’ hebben, moeten we deze disciplines dan apart behandelen? ‘Nee’ is daarop het simpele antwoord. Of we het nou over het bouwen van een huis hebben, het ontwerpen van een interieur of het maken van een meubel: Alles gaat, in de basis, over de juiste verhoudingen, de juiste combinaties en de juiste toepassing. Het is wat dat betreft net als koken, schrijven, of welke scheppende kunst dan ook.



Bin­nen- en bui­ten­kant moe­ten matchen

Toen ik net begon, hield ik mij vooral bezig met interieurarchitectuur. Later kwamen daar ook huizen bij. Een van de belangrijkste dingen die ik heb ontdekt, is dat beide bij elkaar aan moeten sluiten. Bij goede architectuur is nagedacht over de binnenkant en vice versa.

Daar kwam ik twintig jaar geleden in Australië al achter. Een klant kwam met een ontwerp voor een nieuw huis, en vroeg of ik het interieur wilde doen. Ik bekeek de plattegrond en ik begreep er werkelijk helemaal niets van. De klant vroeg of ik het dan niet goed vond. Nee, dat vond ik niet, zei ik eerlijk. Waarop hij een ultimatum stelde. Hij zei: “Bart, ik zie je volgende week om dezelfde tijd weer, en dan heb jij een nieuw huis voor me ontworpen. Als ik het niks vind, moet je een interieur op het eerdere ontwerp ontwerpen. Als ik het mooi vind, bouw ik jouw huis.”

Ik had nog nooit een huis ontworpen, maar ik ging de uitdaging graag aan. Daarvoor onderzocht ik het kavel en liep ik denkbeeldig door het huis: Als ik links kijk, wat zie ik dan? En als ik rechts kijk, waar loop ik dan heen? Hoe relateert de omgeving zich tot het huis? Ik werkte van binnen naar buiten en ontdekte dat ik heel veel aan mijn interieurkennis had. Een huis kan nog zo prachtig zijn, als het binnen niet klopt, dan gaat het gewoon niet werken.

De klant in Australië vond het fantastisch. Hij bouwde het huis. Mijn allereerste huis.

Geef cre­a­ti­vi­teit alle ruimte

Het uiterste opzoeken. Dat is wat ik doe in al mijn ontwerpen. Hoe kunnen we een droom waarmaken, binnen alle beperkingen die er zijn? Bij veel architecten beperkt regelgeving de creativiteit. Denk maar aan sociale woningbouw. Zonde, want als je die regels loslaat, wordt het leuker voor iedereen: voor de architect én voor de bewoners.

Zonder de regels kun je ook veel slimmere huizen bouwen. Denk maar aan Tiny houses, die zijn fantastisch. Of wat dacht je van de kubuswoningen van Piet Blom in Rotterdam. Die man werd voor gek verklaard, maar zijn woningen zijn nu een monument.

Voorbeelden van heel geslaagde architectuur in Groningen zijn het Gasuniegebouw en het Groninger Museum. Het Gasuniegebouw is naar mijn mening het lelijkste gebouw van Nederland, maar het mooiste in zijn soort. Het is een gebouw met een ziel. Dat geldt ook voor het iconische Groninger Museum. Iedereen was ertegen en toch is het zo belangrijk voor de stad geworden. Of neem het Maupertuus, het gebouw waar VOS huist. We hebben het 35 jaar geleden neergezet, maar het is nog steeds van deze tijd. Wat we daarvan kunnen leren, is dat je creativiteit niet moet stoppen. Je moet het omarmen. Zonder creativiteit komen we nergens.

Van die regeltjes heb ik gelukkig minder last. Daar ben ik me van bewust. Ik mag vaak alles bouwen. Dus ik geef creativiteit ook alle ruimte. Ik wil dat mensen “oeh” en “aaah” roepen, dat is mijn doel. Dat ze geraakt worden, verbaasd zijn en verwonderd. Dán heeft het gebouw een ziel. Anders wordt het ‘common’. Dertien in een dozijn.

Het is overigens een droom van mij om ooit nog eens een woonwijk te ontwerpen. Het is namelijk, met al die regeltjes, héél knap om daar nog iets creatiefs uit te persen. Dus dat zou een grote uitdaging zijn.

Een goe­de band met een cre­a­tie­ve klant

De ideeën bedenk ik samen met de klant. Ik vind het vreselijk belangrijk dat die creatief en betrokken is. Iemand die tegen mij zegt: Bart, we hebben van je gehoord, hier heb je ’n kavel en maak er maar wat van, daar pas ik voor. Dat gaat niet werken.

Klanten maken hun eigen nest. Ik faciliteer, en probeer alles in de juiste verhoudingen te smeden. Daarvoor moet je in gesprek met de klant; een band opbouwen. Wie zijn zij? Hebben ze kinderen? Hoe ziet dat gezin eruit? Hebben ze hobby’s? Hoe willen ze zich door het huis bewegen? Waar willen ze koken, slapen, wat willen ze zien? En hoe ziet de omgeving eruit? Huizen zijn onlosmakelijk verbonden met het perceel en de omgeving.

Een van mijn klanten haar partner is boer. Ze wilde een ‘dregsluis’ hebben, waar hij met z’n vieze overall doorheen kon voordat hij het huis binnen stapte, zodat het huis niet ging stinken. Prachtig, dit soort logistieke processen in een huis. Ik had hier zelf nooit bij nagedacht, maar we hebben het gerealiseerd.

De klant geeft input, ik sta open voor ideeën, maar we doen het vooral samen. En niet alleen de opdrachtgever en ik, een succesvol project valt en staat door goed samen te werken met de héle crew. Ook met de tekenaar en de mensen op de bouw.

De niet te onder­schat­ten waar­de van kunst

Waanzinnig belangrijk voor een fijn huis, met een fijn interieur is kunst. Kunst is belangrijker dan welk meubelstuk dan ook. Kunst is persoonlijk. Kunst heeft een bijzondere kleur of vorm en vraagt de aandacht of roept iets op. Dat betekent niet dat je meteen een rariteitenkabinet van je interieur moet maken, maar creatieve uitstapjes maken het wel extra leuk.

Ik weet nog dat ik mijn vriendin voor het eerst met een hoed op zag, en ik dacht: jeetje, wat ben jíj knap. Dat wist ik natuurlijk wel, maar zo was ze nóg veel mooier. Zo werkt dat ook met interieur.

Het inte­ri­eur is medisch

Een interieur is nooit af. Het is heel belangrijk om dat te beseffen. En daarnaast weet je, als je eraan begint, nooit precies hoe het wordt. Een interieur ontstaat gaandeweg, net als je karakter. Die vorm je ook gedurende je hele leven.

Je moet er vooral ontiegelijk veel liefde en aandacht in stoppen. Mensen die dat niet doen, onderschatten het belang van interieur. Het is ongelooflijk belangrijk voor iemands welzijn en mentale gezondheid. Ik durf te zeggen dat het interieur iets medisch is. Daarom zie ik ook het belang van mijn vak in.

Blijf bij je leest

Tot slot wil ik even terug naar een uitstapje dat ik dit jaar maakte. Ik kreeg de kans een dagje naar Lowlands te gaan, waar onze vrienden van het Noord Nederlands Orkest (NNO) optraden. Eindelijk, want hun optreden was de jaren daarvoor al drie keer gecanceld. Toen ik daar voor het hoofdpodium stond, tussen alle mensen, voelde ik mij het NNO. En ik dacht: In Godsnaam, laat dit goed gaan.

En hoe makkelijk, of verleidelijk, was het voor het NNO geweest om in herkenbare, meer commerciële sferen te gaan spelen, terwijl er zoveel mensen naar ze stonden te kijken? Maar nee, ze beginnen daar gewoon het 9e van Beethoven te spelen. En terwijl ze dat deden, ik had nog nooit van het fenomeen gehoord, ontstonden er ‘moshpits’: Grote cirkels waarin mensen wild tegen elkaar aan dansen. Iets wat ze, naar ik begrijp, vooral bij metal concerten doen. Ik vond het geweldig. En op dat moment, daar, tijdens mijn eerste keer Lowlands, besef ik: blijf bij je leest.

Dat was wat het NNO deed, ze bleven bij hun concept. En als je dat doet, dán geloof ik in succes. Dat geldt ook voor mijn werk. Ik laat me niet afleiden door wat anderen doen. Ik blijf staan, waar ik voor sta. Om zo elke keer weer iets unieks neer te zetten.

ARCHITECTUUR PROJECTEN